Welkom!

Welkom op de website van Victoria Farkas; auteur, journalist en docent!

P8250204

15 juni 2017

Trein

‘Jij durft het toch niet,’ daagde de man zijn vriend uit.
‘Wat niet,’ was diens antwoord.
‘Expres tussen de rails gaan liggen, terwijl de trein in volle vaart nadert.’
‘Waarom zou ik dat doen?’ vroeg de vriend.
‘Spannend.’
De vriend dacht hier even over na, maar haalde toen zijn schouders op. ‘Ik vind het vooral erg stom.’
‘Je bent gewoon een schijtert,’ riep de man.
‘Het is dom.’
‘Bange poeperd. Dat had ik van jou niet verwacht.’
De vriend kneep zijn ogen tot spleetjes en keek de man ringschattend aan. ‘Meen je dat?’
‘Wat?’
‘Nou dat je dat van mij niet had verwacht?’
De man knikte. ‘Ik had verwacht dat je meer ballen zou hebben, maar je stelt daarin erg teleur.’
De vriend dacht na en zei toen aarzelend: ‘Goed, ik doe het, want ballen heb ik zeker.’
‘Dat meen je niet. Ik zie het aan je ogen. Je bent gewoon een sissy.’
‘Godver, ik zeg toch dat ik het doe. Zoiets durf ik heus wel. Flik het me niet mij een sissy te noemen.’
‘Eerst zien dan geloven.’
‘Wacht maar af,’ zei de vriend en voor de ogen van de man klom hij van het perron en nestelde zich tussen de rails, in afwachting op een naderende trein. ‘Waarschuw me even als er een trein nadert,’ zei hij er stoer achteraan. Hij perste zijn armen dicht tegen zijn lijf aan.
De man op het perron staarde links, in de verte.
‘Zie je al iets?’ vroeg de vriend vanaf de rails.
‘Ik zie nog niets,’ antwoordde de man naar waarheid. ‘Hé, maar kom maar terug op het perron. Je hebt bewezen dat je stoer bent. Je hebt inderdaad ballen.’
De vriend lachte. ‘Ik blijf liggen waar ik lig. Ik zal je bewijzen dat ik geen sissy ben.’
‘Dat heb je bij deze gedaan. Kom nu maar weer het perron op,’ zei de man en hij boog zich naar voren en stak zijn hand naar zijn vriend uit. ‘Kom, pak mijn hand.’
‘Kijk nou maar of die trein eraan komt.’
‘Verdomme, doe nu niet zo koppig. Je bent stom bezig.’ Nog altijd stak de man zijn hand naar zijn vriend uit.
‘Ik ben geen sissy,’ schreeuwde de vriend.
Toen ging het snel. Het geluid kondigde de komst van de sneltrein aan. De man kon zich net op tijd achterover op het perron laten vallen. Maar voor zijn vriend was het te laat. Met flinke vaart denderde de trein over hem heen, en sleurde hem een heel eind mee.

Later was op de video duidelijk te zien dat de man er alles aan had gedaan zijn vriend ervan te overtuigen op het perron terug te komen. Hem werd de dood van zijn vriend niet verweten.

Alles was precies zoals plan gegaan. De man had geweten dat zijn vriend zich gemakkelijk had laten overhalen. Daarvoor kende hij zijn vriend te goed. Net zoals hij het testament van zijn vriend kende. Ooit had de vriend hem in een dronken bui verteld dat hij zijn hele bezit naar zijn beste vriend zou gaan.

Bij de notaris keek de man vreemd op toen bleek dat de hele erfenis van zijn vriend aan zijn neus voorbij ging.

 

5 juni 2017

Vijf x M

Iedere eerste maandagmorgen een nieuwe mini moord in de Maandelijkse MaandagMorgenMiniMoorden.

Eendjes voeren
Brug
Rat
Aardbeiensmoothie
Tweede huwelijk

17 mei 2017

Bitter

9200000011326327

Als het levenloze lichaam van boekrecensent Karin Post wordt aangetroffen in haar appartement in Oud-Zuid staat rechercheur Lucy Lam voor een ingewikkelde zaak. Er zijn geen aanwijzingen, geen vingerafdrukken; Karins appartement is vlekkeloos schoon. Er is bloed, maar geen moordwapen en geen wond. Al snel blijkt dat haar hele vriendenclub die avond voor een diner bijeen was, en dat al deze zeven ‘vrienden’ wel een motief hebben voor wat een kille moord blijkt te zijn. Bitter is de eerste zaak voor Lucy Lam, de wat typische, niet erg collegiale rechercheur van de politie Amsterdam. De moord op Karin Post en de intelligente, verdachte vriendengroep dwingen Lucy om al haar zintuigen op scherp te zetten.

Boekentrailer Bitter

17 mei 2017

Tweede huwelijk

Minachtend keek ze op hem neer. Het bloed droop van het lemmet af. De dikke druppels raakte de vloer waar ze uiteen spatten. Zonder omkijken liep ze het steegje achter hun huis uit.
Ze opende het tuinhek, wat inmiddels niet meer piepte. Ze had hem van de week opgedragen de scharnieren te oliën. Berouw had ze geenszins. Ze was er zelfs van overtuigd de wereld een dienst te hebben gedaan met haar daad, maar dat betekende niet dat diezelfde wereld van haar betrokkenheid op de hoogte hoefde te zijn.
Binnen opende ze de afwasmachine en legde het bebloede mes in de lege bovenlade. Het afwasmachineblokje zat al in het bakje; ze hoefde alleen het programma in te stellen en op de startknop te drukken.
Voldaan stapte ze onder de douche waar ze haar daad van zich afspoelde met de nieuwe luxe zeep die ze zichzelf cadeau had gedaan. Nog even en ze kon zijn spullen weggooien, of beter vernietigen. Tot die tijd zou ze zijn spullen, zijn kleding, zijn kant van het bed moeten verdragen, zoals ze de afgelopen twee jaar had gedaan. Ze had nooit met hem moeten trouwen, mar ze had zich na de dood van haar eerste man zolang zo eenzaam gevoeld.
Haar ogen vulden zich met tranen. Het waren tranen van blijdschap, die zich vermengden met het warme water uit de douchekop.

Het kleinkind dat op komst was evenals alle kinderen uit de buurt tot acht jaar waren weer veilig.

1 mei 2017

Aardbeiensmoothie

Ze zocht en vond.
De fles bleekmiddel stond achter de wc-pot, naast de wc-borstel. Easy.
Ze liep ermee naar de keuken, waar ze zojuist een smoothie had gemaakt. Het eerste glas was al ingeschonken, aan de tweede werd gewerkt. Een scheut bleekmiddel was het laatste ingrediënt. Daarna kon de aardbeiendrank geserveerd worden.
Voordat ze het bleekmiddel in de blender deed, luisterde ze aan de keukendeur. De kust was nog altijd veilig.
Snel voltrok ze haar plannetje en schonk de smoothie in het lege glas, waarin ze een rietje deed. Als laatste versierde ze de rand van het glas met een kleine aardbei.
Met de glazen op het dienblad liep ze de huiskamer in.
Vermoeid keek haar moeder op van de administratie die over de tafel uitgestald lag. Ze glimlachte toen ze haar dochter van tien met de zelfgemaakte smoothies binnen zag komen. ‘O, wat lekker. Precies waar ik zin in heb.’
Haar dochter lachte. ‘Die met het rietje is voor jou, mam. Ik vond het zo feestelijk staan.’
‘Je bent lief. Ben je niet meer boos op me?’ Haar moeder pakte het glas met de rode sap van het blad.
Het meisje schudde haar hoofd. ‘Nee hoor.’
‘O, gelukkig maar. Het was voor je eigen bestwil. Dat begrijp je toch wel?’
Het meisje haalde haar schouders op.
Haar moeder bracht het glas naar haar mond. Het meisje hield haar adem in.
‘Heb je de glazen wel goed afgespoeld? Het ruikt het beetje vreemd.’
‘Ik heb ze uit de kast gepakt en met een beetje warm water omgespoeld,’ antwoordde het meisje.
Haar moeder wuifde haar eigen opmerking weg. ‘Het zal wel aan mij liggen. Lekker schat.’ Ze nam een flinke slok. En nog een.
Het meisje nam een slokje van haar eigen smoothie.
‘Ik wil je alleen maar leren dat het geld niet aan een boom in de tuin groeit. We hebben het niet zo breed en al helemaal niet sinds papa bij ons weg is.’
Het meisje knikte. Ze wist het. Sinds papa weg was gegaan en bij die andere vrouw was gaan wonen, was alles veranderd. ‘Wanneer krijg ik mijn iPhone terug?’
‘Niet steeds naar de bekende weg vragen. Je weet dat je hem over een week terugkrijgt.’
‘Neem nog een slok mam. Je houdt toch zo van aardbeien?’
‘Nou en of. Aardbeien zijn mijn favoriete vruchten. Dat weet je toch?’
Dat wist het meisje inderdaad.
Haar moeder nam nog een grote slok.
‘Maar je moet me beloven dat je niet meer zoveel belt.’
Het meisje mompelde een belofte.
‘Weet je wel hoe hoog de rekening was? En dan de hele dag op je telefoon kijken of je vrienden iets op Facebook hebben gezet. Dat kan echt niet goed zijn voor een meisje van jouw leeftijd. Voor niemand eigenlijk. Snap je dat?’
Het meisje haalde weer haar schouders op.
‘Waar ligt mijn iPhone?’
‘In mijn slaapkamer,’ antwoordde haar moeder.
Het meisje knikte. Haar moeder nam een laatste slok van de aardbeiensmoothie.‘Je hebt een lekkere smoothie gemaakt. Dat mag je vaker doen.’
Later die dag kronkelde haar moeder van pijn over de vloer.
‘Bel 112. Bel 112.’
Het meisje keek met een trillende onderlip naar haar moeder. Rustig liep ze naar de slaapkamer van haar moeder zocht en vond haar iPhone. De verstopplek, onder het ondergoed van haar moeder, was easy.
Terug in de huiskamer ontgrendelde ze haar iPhone en tikte 112 in.
‘Alarmcentrale 112, met wie kan ik u doorverbinden?’
‘Help. Help me alsjeblieft. Ik geloof dat mijn moeder niet meer ademt.’

Het ambulancepersoneel vond haar moeder dood in de woonkamer.

Het meisje zat vlak bij het dode lichaam van haar moeder. Ze plaatste een bericht op FB. Een selfie van zichzelf en haar dode moeder.
 

 

3 april 2017

Rat

‘Zeg, hadden we niet nog ergens een doos rattengif staan?’
Hij zit op handen en knieën voor het keukenkastje, met z’n hoofd achterin het kastje. Zijn spijkerbroek van de C&A is naar beneden gezakt, waardoor zijn bilspleet zichtbaar is en omdat zijn T-shirt door zijn houding omhoog gekomen is, komt zijn buik eronder uit. Ze zucht diep voordat ze hem antwoordt. ‘Die heb je vorig jaar zelf weggegooid.’
Kreunend komt hij overeind en trekt zijn shirt naar beneden als hij zijn gezicht naar haar draait.
‘Je neus bloedt weer,’ zegt ze hem. Ze pakt een tissue uit de kartonnen doos die altijd op de keukentafel staat en overhandigd hem de papieren zakdoek.
‘Verrekt.’ Hij drukt de zakdoek tegen zijn neus die meteen rood kleurt. ‘Ik kom er maar niet vanaf.’
‘Ga nou ook eens rustig zitten. Je bent altijd zo druk met alles.’
Hij gaat tegenover haar aan de keukentafel zitten. Hij knikt. ‘Je zal gelijk hebben. Ik voel me de laatste tijd niet helemaal honderd procent.’
‘Je maakt je te druk. Heb je altijd al gedaan,’ wuift ze zijn klachten weg.
Hij knikt vermoeid. ‘Je zal gelijk hebben.’
Ze wijst naar zijn neus. ‘Volgens mij is het bloeden gestopt.’
Hij haalt de zakdoek van zijn neus. Het bloeden is inderdaad gestopt. Zwijgend zitten ze een tijdje tegenover elkaar. Beiden kijken uit het raam.
‘Weet je zeker dat ik het heb weggegooid? Ik kan me daar helemaal niets van herinneren.’
‘Toch is het zo.’
Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik zou zweren dat we nog een half pak hadden staan.’
‘Niet dus. Waar heb je het voor nodig dan?’
‘Ik dacht van de week een rat in de kelder te zien.’
‘Jakkes’
‘Dat dacht ik nou ook. Daarom was ik op zoek naar dat pak.’
‘Ik dacht dat je er vorig jaar al in was geslaagd alle ratten met dat gif van je te doden.’
‘Het zal wel een nieuwe rat zijn.’
‘Anders haal je toch effe een nieuw pak?’
‘Ja, dat is wel het beste.’
Vermoeid staat hij op. ‘Shit, ik voel me…’ Dan stort hij op de grond. Roerloos blijft hij liggen.
Zuchtend buigt ze voorover en checkt zijn pols. Dood.
Tevreden belt ze 112, waar ze huilend vertelt dat er iets niet goed is met haar man. ‘Ik denk dat hij dood is.’

Het halve pak rattengif is nu echt op.

 

 

 

6 maart 2017

Brug

Ze was brugwachter en ze vond het heerlijk. Hoewel ze het wel miste lijfelijk aanwezig te zijn. Sinds de automatisering was haar werk als brugwachter gedecideerd tot het drukken op een paar knoppen vanuit een centrale plaats, ver van de brug. Zittend op een draaiende bureaustoel achter de panel met camera’s die haar zicht gaven op een aantal bruggen die ze op afstand bediende. Open. Dicht. Open. Dicht. Ze kon het met haar ogen dicht doen, wat ze trouwens nooit deed, want een ongeluk was zo gebeurd.
Ook vandaag zat ze weer op haar vertrouwde plek achter de panel met camera’s. Een kop koffie binnen handbereik, een stuk taart van een jarige collega. Het zonnetje scheen waterig door de ramen, het was rustig op de weg, rustig op het water.
De eerste brug hoefde pas over tien minuten worden geopend. Voldoende tijd om de chocoladetaart te eten.

Vlak voor de brug open moest, zag ze haar.
Eerst geloofde ze haar ogen niet. Het moest een waanbeeld zijn. Ze had haar minstens tien jaar niet gezien. Ze keek nog eens goed, leunde naar voren, met haar neus bijna in de camera.

Haar vinger trilde niet eens toen ze op het knopje drukte.

De brug ging open toen de vrouw erop fietste. Blijkbaar was ze dwars door de slagbomen heen gereden. Voordat iemand het wist, hing de vrouw aan de rand van de brug toen die omhoogging. De val van minstens vijftien meter was dodelijk.

De rest van het chocoladetaartje liet ze staan.

Die avond zat ze op de bank. Ze keek naar het locale nieuws, waar het bizarre brugongeluk groot werd uitgemeten. De toedracht van het ongeluk wordt onderzocht, maar vooralsnog tast de politie in het duister. ,,Misschien zijn de bomen achter haar dichtgegaan. Of misschien heeft de brugwachter niet op de juiste knop gedrukt, of wellicht ook wel maar was er een technische storing”, zegt een woordvoerder.

Ze dacht aan de dag dat haar toenmalige man, met wie ze amper een half jaar getrouwd was, er tien jaar geleden met haar voormalige buurmeisje vandoor ging. De jaren waren haar niet goed gezind geweest. Ze was oud geworden, hier en daar wat uitgezakt. Maar ze was het absoluut geweest.

Vergenoegd at ze het laatste stuk van haar overgebleven chocoladetaart op, dat ze van haar werk mee naar huis had meegenomen en schakelde over naar een ander net.

 

 

6 februari 2017

Eendjes voeren

Het was maandagmorgen en tijd om de eendjes te voeren. Zeker in de deze winterse kou verdienden de eendjes gevoerd te worden, waren zij van mening.
Ze deden het al zolang ze samen waren. De eerste jaren van hun getrouwde leven gingen ze op zondag, de dag dat de man niet hoefde te werken en de vrouw zich vrij maakte van het huishouden.
Later, toen de man eenmaal met pensioen was en zijn vrouw gekluisterd aan een rolstoel binnenshuis en een scootmobiel buitenshuis wegens een dwarslaesie vanaf de middel, verplaatsten ze hun wekelijkse uitje naar de vijver naar een doordeweekse dag.
Het was het idee van de man geweest, omdat de dinsdagmiddagen maandagochtenden rustiger waren dan de overige dagen. De vrouw had ermee ingestemd. Sinds zij gebruik moest maken van de scootmobiel meed zij het liefst drukke menigte.
De enige drukte in haar leven was de komst van de verpleegkundige die haar drie keer in de week opzocht en de schoonmaakster, die  twee keer in de week hun aanleunwoning schoonmaakte.
De dwarslaesie had ze danken aan een stomme val tijdens een wandelvakantie in Italië, inmiddels vier jaar geleden. Ze had niet goed opgelet, was tegen haar man aangeknald die plotseling stil was blijven staan en gleed uit over de gladde rotsen. Ze viel drie meter naar beneden. Ze overleefde de val, maar het was voldoende voor een dwarslaesie geweest.
Het voeren van de eendjes was een uitje geworden waar ze beiden halsreikend naar uit keken en het enige wat ze na vijfendertig jaar huwelijk nog met elkaar verbond.
De plastic zak van de Lidl, vol met oud brood dat die week niet was opgegaan, lag in het mandje van haar scootmobiel. Tevreden keek ze ernaar. Het was een volle zak dit keer. Er was weinig van het brood gegeten. Geveld door een flinke griep had haar man al een aantal dagen weinig gegeten. Hij lag al een aantal dagen in bed en kwam er zelfs niet uit tijdens de bezoeken van de verpleegkundige. Kuchend en onder flinke protest had hij later die week het bed verlaten toen de schoonmaakster was gekomen, maar alleen omdat zij het bed moest verschonen en om te vieren dat ze alweer vijf jaar bij hen werkte.
In een rustig tempo reed de vrouw naar de vijver. Normaal gesproken bleef ze op het grindpad staan, terwijl haar man naar de rand van het water liep en zich over de eendjes ontfermde.
Ze keek om zich heen, maar omdat het maandagochtend was en rustig, liep er niemand in het parkje. Zelfs aan de overkant liep niemand. Ze had op de verpleegkundige kunnen wachten om vanmiddag met haar naar de vijver te gaan, maar ze was nou eenmaal gehecht aan die maandagochtenden.
Er zat niets anders voor de vrouw op dan met haar scootmobiel naar het water te rijden.
Voorzichtig reed ze het grasveld op, dat hard was door de vrieskou. Het was een geluk, omdat ze op die manier niet in de modder zou blijven steken. Vlak bij de vijver, met de voorkant van haar scootmobiel naar voren gericht, bleef ze staan en reikte naar de plastic tas in het mandje.
Ze schrok van de warme hand op haar schouder en draaide zich zo snel het binnen haar mogelijkheid lag om. Ze ontspande en lachte.
Zijn gezicht was het laatste dat ze zou zien.
Het volgende moment gleed haar scootmobiel in de vijver en zonk ze naar de bodem.
Terwijl haar leven langzaam uitdoofde, vochten de eendjes boven haar om het brood dat alle kanten op werd gegooid.

Een week later.

Het was maandagochtend. De man was beter.
Zijn vrouw dood. Eindelijk. De dwarslaesie was onverwachts geweest en zeker niet de bedoeling.
Niemand die hem verdacht. Een getuige had hem immers met griep in bed zien liggen.
In zijn linkerhand hield hij de plastic Lidltas vol oud brood vast.
Aan zijn rechterarm liep de schoonmaakster.
Samen gingen ze de eendjes voeren.

 

2 januari 2017

Een flirt van Poiret

Victoria Farkas is voor Hebban.nl op het Internationaal Agatha Christie Festival in Torquay, waarvan ze iedere dag op haar eigenwijze manier verslag doet. Vandaag is het dag 5, alweer de laatste dag.

Als een volleerde Miss Marple zit ik diep weggedoken in een van de fauteuils in de bibliotheek, waar ik Sprankelend blauwzuuraan het lezen ben. Ik heb het, geïnspireerd na mijn “Hoe vermoord je iemand met een plant?”-workshop gekocht, maar leg het terzijde op het moment dat twee Poirots de bibliotheek binnenwandelen. En dan bedoel ik ook Poirots; strak in het pak, achterovergekamde haren, hoewel de linker kaal is en een strak gecoiffeerde snor.

De heren nemen achter mij plaats en beginnen op een Monty Pythonwaardige manier met een outrageous accent een geanimeerd gesprek. Uiteraard draai ik mijn hoofd een kwart zodat ik met de Poirotswannabe’s kan meeluisteren. Aan de tongval te horen hebben we hier met een Duitse en een Franse Poirot te maken. Ze keuvelen wat over het Agatha Christie Festival, bespreken de beste restaurants in Torquay en de plekken en workshops die ze nog willen bezoeken en na een tijdje meegeluisterd te hebben, dwalen mijn gedachten af naar de afgelopen dagen op het Festival.

Ik heb geleerd dat Agatha Christie, naast het hebben van een flink aantal moorddadige grey cells, humoristisch en romantisch was. Eén verhaal dat John Ridson, een vriend van de familie, eerder die week vertelde, heeft mij vooral diep getroffen. ‘In haar jeugd was Agatha bevriend met Amyas Boston. Na hun tienerjaren gingen beiden hun eigen weg. Toen Agatha ruim de zestig was gepasseerd, ontving ze van hem echter het verzoek om na al die tijd bij te praten. Ze weigerde, simpel omdat ze wilde dat hij haar zou herinneren als een mooi tienermeisje en niet als een zestiger met overgewicht.’

Maar ik heb ook geleerd dat ze niet van afstoffen hield of van het geven van de opdracht aan haar huishoudsters daarvan. Dat ze doosjes uit de hele wereld verzamelde, niet op Greenway haar boeken schreef en dat zij en haar familie van bijzettafeltjes, tapijten, schilderijen en luciferdoosjes hielden. Mijn Poirottelling staat, inclusief de twee heren achter me, op zeven, waarvan er slechts één officieel door het Festival is ingehuurd. Van deze zeven besnorde heren had ik van een van hen sjans. Nee, ik vertel niet welke het was, maar ik denk dat ik rustig kan aannemen dat niet veel vrouwen kunnen vertellen dat ze een flirt van Poirot hebben gekregen. Hij vroeg me of ik volgend jaar terugkom en aangezien ik nog lang niet alles van haar verhalen weet, knikte ik. Volgend jaar wordt het Festival groots gevierd, omdat het dan 125 jaar geleden is dat Ahatha Christie in Torquay geboren werd. En daar wil ik bij zijn.

Ik heb tijdens dit Festival zo’n vijfentwintig Agatha Christie-mijlen gelopen om mee over het leven en haar verhalen van de Granddame van de Misdaad te leren. In het centrum van Torquay hield ik een Miss Marpletelling en kwam daarbij uit op negen, maar in tegenstelling tot de Poirotpersonages waren deze dames gewoon zichzelf. Gekleed in een tweedjasje en tweedrok met in hun handen een handtasje waren de Engelse dames zich waarschijnlijk niet bewust van het feit dat ze met hun outfit eng dicht in de buurt van Miss Marple kwamen.

PS. Ik zal me aan mijn belofte houden, monsieur Poirot, en volgend jaar een paar houten klopjes voor u meenemen.

21 september 2014